Diverse beelden van de ruimte
Het zonnestelsel
Manen
| Maan, 1e kwartier - credit: Diederik Brussee | MAAN.JPG |
| Volle maan - credit: NASA | MAANVOL.JPG |
| Volle maan vanuit Apollo - credit: NASA | MAANAPP.JPG |
| Maansverduistering vanuit Observatorio del Teide, Tenerife - credit: ESA | MAANECL.JPG |
De manen van Mars, Phobos
en Deimos (- credit: NASA), zijn slechts 24 en 12 km groot.
Dat is dus veel kleiner dan satellieten van andere planeten.
Phobos draait op een hoogte van 9400 km t.o.v het centrum van Mars
in 7 uur, 39 minuten en 27 seconden (synodische periode) om Mars heen en
Deimos op een hoogte van 23500 km in 30 uur, 21 minuten en 16 seconden.
De straal van de planeet Mars is 3400 km.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze manen pas in 1877 door de Amerikaanse Astronoom
Asaph Hall zijn ontdekt.
Opmerkelijk is wel dat de manen van Mars reeds in 1726 zeer goed zijn beschreven
in aantal, grootte en omlooptijd door Jonathan Swift (1667-1745) in zijn boek "Gullivers reizen"
(Travels
into several Remote Nations of the World - By Captain Lemuel Gulliver, Part III).
Hij schreef:
They have likewise discovered two lesser stars, or satellites, which revolve about Mars,
whereof the innermost is distant from the center of the primary planet exactly three of his
diameters, and the outermost five; the former revolves in the space of ten hours, and the
latter in twenty-one and a half; so that the squares of their periodical times are very near
in the same proportion with the cubes of their distance from the center of Mars,
which evidently shows them to be governed by the same law of gravitation that influences
the other heavenly bodies.
Asaph Hall noemde
de manen van Mars naar de twee begeleiders van de Griekse oorlogsgod Mars. Het lijkt erop
dat in de dagen van Homerus (de 8e eeuw v. Chr.) de planeet Mars soms zo dicht langs de aarde
scheerde, dat de manen van Mars met het blote oog zichtbaar waren.
Het is daarom beter om te spreken over een herontdekking van deze manen.
De astronomie heeft nog geen verklaring voor dit fenomeen.
De mensen wisten vroeger meer dan men tegenwoordig denkt. Reeds in 700 v. Chr. schreef de Jood
Jesaja in de bijbel dat de aarde
rond is. De Griek Erathosthenes berekende omstreeks 200 v. Chr.
zelfs de omtrek van de aarde al met een afwijking minder dan 2 %.
Manen van Jupiter - credit: NASA
Manen van Saturnus - credit: NASA
Manen van uranus - credit: NASA
Manen van Neptunus - credit: NASA
Sirius
De helderste ster aan het firmament is Sirius op nog geen 9 lichtjaar van de aarde verwijderd. De temperatuur aan de oppervlakte is 9700 K en de ster oogt
blauwwit. Sinds 1862 weten we dat Sirius een dubbelster is. Wat we zien is de heldere Sirius-A. Deze wordt begeleidt door Sirius-B,
een witte dwerg, die niet veel
groter is dan de aarde en zo lichtzwak is dat we hem alleen kunnen zien met een sterrenkijker.
Een paar duizend jaar geleden had Sirius een andere kleur. Homerus (in de Ilias), Ptolemeüs (in zijn Almanak van 140 AD) en diverse Romeinse dichters beschreven
Sirius als een rode ster. Hier heeft de moderne astronomie een probleem.
Volgens de Big Bang theorie, de evolutietheorie der sterren, zijn sterren miljarden jaren oud en veranderen ze heel langzaam in kleur. De snelste kleurverandering
treedt op als een rode reus verandert in een witte dwerg, maar ook voor dat proces zijn miljoenen jaren nodig.
De kleurverandering van Sirius is in strijd met deze theorie. Dit feit is een anomalie, d.w.z. een feit dat door de wetenschap genegeerd wordt, omdat het in strijd is
met de theorie.
Sterrenbeelden
Nevels
| M42, NGC 1976, Orionnevel - credit: Diederik Brussee | ORIONNEV.JPG |
| IC 434, met o.a. Paardekopnevel, in Orion - credit: T.A. Rector (NOAO/AURA/NSF) and Hubble Heritage Team (STScI/AURA/NASA) | HORSEHEADA.JPG |
| B33, NGC 2024, Paardekopnevel, in Orion - credit: N.A.Sharp/NOAO/AURA/NSF | HORSEHEADB.JPG |
| B33, NGC 2024, Paardekopnevel, in Orion - credit: ESO | HORSEHEADC.JPG |
| M20, NGC 6514, Drielobbige nevel, in de Boogschutter - credit: Todd Boroson/NOAO/AURA/NSF | TRIFID.JPG |
| NGC 2264, Kegelnevel, in de Eenhoorn - credit: NASA and the ACS Science Team | CONE.JPG |
| M1, NGC 1952, Krabnevel, Supernova 1054, in de Stier - credit: Jay Gallagher (U. Wisconsin)/WIYN/NOAO/NSF | CRABNEV.JPG |
| M16, NGC 6611, Arendnevel, in de Slang - credit: Bill Schoening/NOAO/AURA/NSF | M16.JPG |
De lichtsnelheid
Er is nog een ander probleem, waar moderne astronomen zich voor geplaatst zien. Er zijn
aanwijzingen dat de snelheid van het licht (ongeveer 300.000 km/sec) niet constant is, maar
langzaam afneemt in de tijd.
Zo schrijft N.E. Dorsey: ‘Zoals goed bekend is bij hen die vertrouwd zijn met de
verschillende metingen van de lichtsnelheid, zijn de definitieve waarden die telkens
gerapporteerd werden ... over het algemeen en monotoon verminderd vanaf Cornu’s 300,4 megameters/sec
in 1874 tot Anderson’s 299,766 in 1940’ in
N. E. Dorsey, 'The Velocity Of Light',
Transactions of the American Philosophical Society,
34, (Part 1), pp. 1-110, October, 1944.
Tegenwoordig wordt de lichtsnelheid gemeten m.b.v. atomaire klokken en is de snelheid altijd
hetzelfde. Deze klokken zijn echter geijkt aan de lichtsnelheid, zodat er geen andere snelheid meer
gemeten kan worden, zie
Barry Setterfield. Dit zet vraagtekens
bij het bepalen van de leeftijd van
verre hemelichamen in het heelal.
Melkwegstelsels
| M31, NGC 224, Andromedanevel - credit: Bill Schoening, Vanessa Harvey/REU program/NOAO/AURA/NSF | ANDROMEDA.JPG |
| NGC 2207 en IC 2163, in de Grote Hond - credit: NASA and Hubble Heritage Team (STScI) | NGC2207.JPG |
| NGC 4414 - credit: Hubble Heritage Team (AURA/ STScI/ NASA) | NGC4414.JPG |
| Hickson Compact Group 87, groep van 4 stelsels - credit: Hubble Heritage Team (STScI/AURA/NASA) | HCG87.JPG |
| NGC 5247, in de Maagd - credit: NOAO/AURA/NSF | NGC5247.JPG |
| M104, NGC 4594, Sombrero stelsel, in de Maagd - credit: Todd Boroson/NOAO/AURA/NSF | M104.JPG |
| NGC 1365, in de Oven - credit: ESO | NGC1365.JPG |
| M64, Zwarte oog, in Coma Berenices - credit: John Gleason/Adam Block/NOAO/AURA/NSF | M64.JPG |
| NGC 4676, De Muizen, in Coma Berenices - credit: NASA and the ACS Science Team | NGC4676.JPG |
| M51, NGC 5194, Draaikolk stelsel, in de Jachthonden - credit: Todd Boroson/NOAO/AURA/NSF | WHIRLPOOL.JPG |
| UGC 10214, Kikkervisje, in de Draak - credit: NASA and the ACS Science Team | UGC10214.JPG |
| M81, NGC 3031, in de Grote Beer - credit: N.A.Sharp/NOAO/AURA/NSF | M81.JPG |
| M82, NGC 3034, in de Grote Beer - credit: N.A.Sharp/NOAO/AURA/NSF | M82.JPG |
| M101, NGC 5457, in de Grote Beer - credit: George Jacoby, Bruce Bohannan, Mark Hanna/NOAO/AURA/NSF | M101.JPG |
|
De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk van zijn handen
(Psalm 19:2).
O Jahweh, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde, Gij, die uw majesteit toont aan de hemel ...
Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij gemaakt hebt:
Wat is de mens, dat Gij hem gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?
(Psalm 8:1,3,4).
|